Parasha van deze week: Emor - אמר

-

Emor - Sidra/Schriftgedeelte van de week: Wajikra/Leviticus 21:1-24:23

In deze Sidra leren wij (23:3): ‘Zes dagen mag er werk verricht worden, maar de zevende dag is een sjabbat van volkomen rust, een heilige samenkomst. U mag geen werk verrichten. Het is een sjabbat voor de Eeuwige in al uw woonplaatsen.’

In feite wordt er van de Jood verlangd om altijd G’d voor ogen te hebben: ‘Ken G’d op al uw wegen.’ Als ik een bedrijf heb met werknemers gelden er allerlei wetten die gericht zijn op de goede behandeling van de arbeiders, zo dien ik op tijd het salaris uit te betalen. Ook voor de werknemer gelden er allerlei wetten, die ik acht moet nemen, zoals een eerlijke opgaaf van gewerkte uren. En als ik een winkel heb moet ik ervoor zorgen dat de gewichten die ik gebruik zuiver zijn, zodat ik de klanten niet minder geef dan waarvoor ze hebben betaald. Als ik eet en drink ben ik verplicht koosjer voedsel te nuttigen. En ook het huwelijksleven kent tal van wetten.

Daarom de vraag: Als ik al de hele tijd bezig ben met wetten en regels die G’d aan mij heeft gegeven, waarom is de zevende dag dan nog nodig? Dezelfde vraag werd gegeven, waarom is de zevende dag het zevende jaar. Zes jaar mogen we ons veld bewerken, maar het zevende jaar moeten we het veld laten rusten. Gedurende die zes jaar word ik toch al met tal van wetten geconfronteerd, gekoppeld aan de landbouw en aan de veehouderij. Ik heb dus G’d al steeds voor ogen gehad, waarom dan een speciaal zevende jaar?

Bron: Jacobs, B. & Bokelman, R. (2022). Rab & Rik. Gideon. Overgenomen met toestemming van Opperrabbijn Jacobs en Uitgeverij Gideon.