De Joodse gemeente is bekend geworden om haar tabakshandel, hoewel men begonnen is in de textiel. Toen rond 1600 de eerst Maranen (crypto-Joden uit Spanje en Portugal) in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aankwamen, troffen zij een belangrijke textiel nijverheid aan waarvan laken het hoofdbestanddeel uitmaakte. Amsterdam nam in deze industrie een belangrijke plaats in, doch de Joden konden geen lid worden van het lakengilde en daarom weken zij uit naar het dorp Maarssen waar zij een zijdemolen bouwden. Een zijde-industrie kwam daar niet van de grond omdat de Staten van Utrecht, op instignatie van de theoloog Gijsbertus Voetius de Joden verboden zich bezig te houden met de textiel nijverheid. Daarom week men uit naar Amersfoort waar in de Raadsvergadering van 27 juli 1655 besloten was Joden toe te laten. De eerste Joden waren Sefardiem afkomstig uit Spanje en Portugal. Hoewel ze geen burgerrechten hadden en daardoor geen lid van de gilde konden worden, trof dat hen niet omdat ze vooral âdrapeniersâ waren, handelaren in laken, die als zodanig niet onder de strenge gildewetgeving viel. Hun zaken konden zich daarom snel ontwikkelen en hun maatschappelijk aanzien steeg daardoor zo, dat nog geen zes jaar na hun vestiging in Amersfoort Joseph Pereira en Emanuel de For Alto als eersten in december 1661 het burgerrecht van Amersfoort verwierven. Tussen 2 december 1661 en 4 november 1805 kregen 68 Joden en hun gezinnen in Amersfoort het burgerrecht. Naderhand, in het Koninkrijk Holland, golden andere regels en verviel de stedelijke bevoegdheid om het burgerrecht te verlenen. De eerste Portugese Joden zaten in de textiel, de eerste Asjkenazische Joden, afkomstig uit Duitsland en Oost- Europa, in de tabak.

De eerste synagogediensten (sjoeldiensten)
âDe Sefardische Joden gingen waarschijnlijk naar de dienst in het huis van een zekere Pereira Joseph Pereira, een Portugese Jood afkomstig uit Villerael (of Ville Roiael), die op 2 december 1661 het Amersfoortse burgerrecht kreeg en toen de eed heeft afgelegt met âgedekt hoofd volgens de Joodse manierâ.  Zoals overal elders nam het antisemitisme toe met de toename van de Joodse bevolking. De plaatselijke overheid duldde dit niet. Bij stedelijke publicatie van 19 april 1717 werd ieder ten strengsten verboden âiemand van die (Joodse) Natie", hetzij burgers en ingezetenen, hetzij vreemden, die in de stad op enige manier iets te misdoen of zelfs maar te venten met prenten waarop Joden bespot werden. Ouders werden hierin zelfs verantwoordelijk gesteld voor de daden van hun kinderen. Op 28 april 1767 verpachtte de Amersfoortse vroedschap de Bank van Lening aan Mozes en Ruben Gompertz, die eerder de Stadsbank van Lening te Nijmegen hadden gepacht. De vorige pachters, de niet-Joodse familie Farreris uit Lombardije (daar komt de uitdrukking ânaar de lommerd brengen" vandaan) hadden hun âoctrooijâ opgezegd. In de Bank van Lening, die op Sjabbat en Jom Tov (Joodse feestdagen) gesloten was, werden de eerste Asjkenazische erediensten gehouden. De Bank bevond zich in de Krommestraat op de hoek van de Haversteeg. Toen de Bank later door hun oom Leeman Gompertz werd overgenomen gingen de erediensten in de Bank van Lening gewoon door. Ook nadat Leemanâs zoon Mordechaj de pachter werd, vervolgde men de erediensten in de Bank. Waar de ereediensten gehouden werden na het vertrek van de Gompertzen uit Amersfoort moet nog worden uit gezocht. De familie Italiaander heeft in Amersfoort geijverd voor de stichting van één Joodse gemeente. Wanneer dat gebeurd is, is niet bekend. Wel is bekend dat men tenslotte samenkwam in de âhuissynagogeâ in de Krommestraat. Kennelijk werd deze huissynagoge in 1720 al te klein bevonden want vanaf die tijd was men bezig met het stichten van een echte synagoge.
De bestuurders van de Joodse gemeente kochten op 18 december 1725 van de gezusters Amarantia en Sophia Drakenburgh een terrein met gebouwen dat het âJuffergatâ werd genoemd. Het complex bestond uit een groot huis aan de Korte Gracht en woningen tussen Muurhuizen en Drieringensteeg.
â
De Amersfoortse synagoge is een uniek monument in de Nederlandse synagoge-architectuur. Het is een vrijstaande synagoge in een door straten omsloten complex. Het complex ligt op een eiland tussen de Korte Gracht, Muurhuizen en de Drieringensteeg. De ingang van de synagoge is aan de Drieringensteeg. Zuidelijk van de synagoge steekt het huis van de koster als een punt in de Muurhuizen.
De synagoge van Amersfoort is erg opvallend. De aslijn ligt namelijk naar het zuid-oosten gericht, precies richting Jeruzalem . Behalve bij de Portugese Synagoge treft men zoân duidelijke aslijn nergens in Nederland aan. Alle andere synagogen staan oost-west gericht.

Steun ons 300-jarig jubileum en help ons onze tradities en het interieur van de synagoge te restaureren.
Doneer nu